Andere Werkgroepen - PASAR LUBBEEK

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu

Andere Werkgroepen

Links

Begijnendijk-Betekom

De gemeente Begijnendijk, 9400 inwoners op een oppervlakte van 17,62 vierkante km, heeft 2 historische dorpskernen: Begijnendijk en Betekom.

Begijnendijk ligt gedeeltelijk (rond en ten zuiden van de Demer) in het Hageland dat bekend is om zijn ijzerzandsteenheuvels.

Miljoenen jaren geleden liet de Diestiaanzee zandbanken achter. Na het terugtrekken van het water werd ijzerzandsteen gevormd. Deze is terug te vinden in vele Hagelandse gebouwen.

In de 17e eeuw lieten Begijnen van Aarschot dijken en wegen aanleggen tussen hun landbouwgronden en pachthoeven. Hier ligt de oorsprong van de naam Begijnendijk.

Betekom heeft een veel oudere oorsprong: vondsten uit de prehistorie bewijzen dat er gedurende verscheidene periodes bewoning was. Na de val van het Romeinse Rijk 800 werd het een vaste nederzetting. Reeds in het Karolingische tijdvak waren er 2 woonkernen: Betekom-dorp en Moorsem.


Glabbeek

Tot juist na de Eerste Wereldoorlog waren de 4 gemeenten: Bunsbeek, Attenrode-Wever, Glabbeek-Zuurbemde en Kapellen zoals elders in het Hageland in duidelijk aparte gehuchten verdeeld.

De lintbebouwing nam door de bevolkingsaangroei tot in 1940 toe. Na 1945 en vooral na 1950 kwam er veel nieuwbouw en uitbreiding. Die was nodig, maar men heeft door gebrek aan ruimtelijke ordening in zekere mate wildgroei toegelaten op landelijke hoekjes en langs nog onverharde wegen.

De beruchte Hagelandse wegen zijn na de Tweede Wereldoorlog enorm verbeterd (verbinding met de gehuchten en naburige dorpen).

De meeste dorpskernen zijn nog altijd dichter bewoond dan de andere delen. Zeker onbebouwde ruimten tussen dorpen en gehuchten zijn nog gedeeltelijk te herkennen. In Bunsbeek vloeien de gehuchten Dorp, Boeslinter en Pepinusfort sterk naar elkaar toe. Pamelen en Schaffelberg zijn ook nog wat afgescheiden. Gelukkig houden we op die manier nog wat open landschappen over.




Tremelo-Baal

Ethymologisch gezien bestaat er rond de naamgeving van Tremelo geen enkele zekerheid.
Laat ons de verschillende mogelijkheden naast elkaar plaatsen.

In 1125 vinden we voor het eerst een bos "EMELO" geheten. Professor Carnoy spreekt van "TER EMELO". Deze naam is volgens hem afkomstig van LOO dat bos betekent. TER EME zou "aan de weide" betekenen. Professor Mansion achtte het ook niet uitgesloten dat EMME misschien afkomstig zou kunnen zijn van een klankverschuiving van de meisjesnaam AMMA.
bron: C. WELLENS, Lodewijk Scharpépad, Antwerpen (VTB/VAB), 1960

Eén van de vele beken die door Tremelo loopt is de RAAMbeek. Ze stroomt door het gehucht BOLLO. Door de samentrekking van de beide namen zou de naam "TER RAMELO" ontstaan. Door klankomzetting kan dat dan evolueren tot Tremelo.
bron: persoonlijke aantekeningen van J. VAN LEEMPUTTEN, leraar.

Wat het ook zij, Tremelo is een bosnaam. Het bosgebied sloot aan bij andere bossen in de omgeving (Schriek, Bollo, Baal) die meer naar het noorden toe aansluiting vonden bij het uitgestrekte Waverwald.

Herent

Inwoners van Herent staan er misschien niet bij stil, maar hun gemeente heeft een rijke geschiedenis. Door de aanleg van de wegverbinding Leuven-Mechelen, de aanleg van het kanaal Leuven-Mechelen in 1750 en de aanleg van de spoorlijn Leuven-Brussel in 1866 kende Herent een bloeiende industrie. Langs het kanaal is nog belangrijk industrieel erfgoed terug te vinden. De vele monumenten en oude gebouwen in de deelgemeenten Veltem-Beisem, Winksele en Herent en het wel en wee van hun bewoners van weleer maken deel uit van die geschiedenis.

Zoutleeuw

In 1526 besliste het stadsbestuur van Leeuw een nieuw raadhuis te bouwen. Het gebouw werd opgericht tussen 1530 en 1538, naar een ontwerp van Rombout II Keldermans. Het is een eerder zeldzaam monument in de overgangsstijl van gotiek naar renaissance: het is gotisch wat structuur betreft maar de decoratieve elementen zijn duidelijke uitingen van de renaissance. De pui aan de voorgevel is in blauw arduin: ze heeft een voetstuk met rijkversierde vakken en een prachtig gebeeldhouwde omlijsting. Aan de voet van de stadhuistoren zijn nog overblijfselen te zien van de eerste verdedigingsmuur rond de stad uit de 12de eeuw.

Het interieur is prachtig: op de benedenverdieping was het kabinet van de burgemeester, de raadzaal en de ontvangstzaal waar vooral de muurschildering van Maurice Langaskens (begin 20ste eeuw) de aandacht trekt.

Bekkevoort

De gemeente Bekkevoort bestaat uit drie deelgemeenten: Bekkevoort, Molenbeek-Wersbeek en Assent. Met haar 5912 inwoners is Bekkevoort één van de kleinste gemeenten van Vlaams-Brabant. Gelegen tussen de steden Diest, Leuven, Scherpenheuvel-Zichem, Aarschot en Tienen is Bekkevoort een dorp met vele landbouwactiviteiten en fruitteelt.

Bekkevoort kent een goede ontsluiting door de aanwezigheid van enerzijds de E314 en anderzijds de Staatsbaan, die beide de gemeente dwarsen. Dit brengt met zich mee dat er relatief veel pendelverkeer vanuit de gemeente is. In afnemende volgorde bepalen de landbouw en fruitteelt, de ambachtelijke bedrijven en kleinhandelszaken de economische structuur van de gemeente.

Bekkevoort is met zijn oppervlakte van 3 717 ha een typisch landelijke gemeente in het Hageland. De open ruimte is nog aanzienlijk en heeft vrij goed kunnen weerstaan aan de ruimtelijke druk op het platteland. Deze open ruimte wordt vooral ingenomen door akkers, fruitteelt en weilanden. De landbouw is vooral belangrijk qua ruimtegebruik, maar zorgt tevens voor heel wat werkgelegenheid.


Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu